headerimage

Ketonen

Ketonen

Alle cellen hebben brandstof nodig om energie te maken, in eerste plaats wordt daar glucose voor gebruikt. Bij mensen met diabetes is er niet altijd voldoende glucose in die cellen aanwezig. Als alternatieve brandstof gaat het lichaam dan vet gebruiken. Als afvalstoffen komen dan ketonen vrij die via de urine het lichaam verlaten. Ketonen kunnen ook via de ademhaling het lichaam verlaten, er ontstaat dan een acetongeur. Ketonen zijn ook te meten in het bloed (b├Ęta-hydroxybutyraat).

Wanneer is er onvoldoende glucose in de cel aanwezig?
– Als kinderen honger hebben en er is onvoldoende glucose voorhanden. Spreekt men van de zogenaamde honger ketonen. Bij meting van bloedglucose is de verwachting dat deze laag zal zijn.
– Wanneer er bij kinderen met diabetes voldoende (of zelfs teveel) glucose in de bloedbaan aanwezig is, maar er door gebrek aan insuline geen glucose de cel in kan. Dan gaat de cel gaat vetten gebruiken. Wanneer er daarna glucose zal worden gemeten, is de verwachting dat deze hoog zal zijn.

Voorlopige conclusie
Ketonen en hoge bloedglucose betekent een tekort aan insuline, bij het gebruik van een insuline pompje is er alleen maar direct werkende insuline, de kans op een tekort aan insuline gaat veel sneller. Dit kan bijvoorbeeld als het naaldje niet goed zit.
Ketonen en lage bloedglucose betekent een tekort aan glucose.

Wanneer kun je ketonen bepalen?
– Bij aanhoudende hoge bloedglucose die na 1-2 uur niet zakt op bijbolussen/bijspuiten met direct werkende insuline
– Bij misselijkheid
– Bij braken
– Bij een acute ziekte

Wat is belangrijk bij het meten van ketonen?
– Gebruik voldoende bloed
– Meet ook de bloedglucose
– Zo nodig ook de naald en/of het systeem verwisselen

Hoe meet je ketonen?
Omdat ketonen in je bloed zitten, kun je deze heel gemakkelijk meten. Je hebt dan een meter en stripjes nodig die de ketonen in je bloed kunnen bepalen.
Voor het bepalen van je ketonen neem je een stripje (speciaal voor ketonen) en plaats je die in de meter, zoals bij het bepalen van je bloedglucose. Vervolgens prik je met je eigen prikpen in je vinger en breng je de bloeddruppel aan op het stripje. Na ongeveer 10 seconden verschijnt er op het afleesvenster van de ketonenmeter met de waarden van je bloedketonen.

Uitslag:
– minder dan 0.6 mmol/l: Er zijn geen tot zeer weinig ketonen in het bloed. Als de bloedglucose hoog is kan er direct werkende insuline worden bijgebolust of bijgespoten volgens eigen schema.

– tussen 0.6 – 1.5 mmol/l: Er zitten ketonen in het bloed. Als de bloedglucose hoog is kan er direct werkende insuline worden bijgebolust of bijgespoten volgens eigen schema, zonodig overleg met kinderdiabetesteam.

– tussen 1.5 – 3 mmol/l: Er zitten veel ketonen in het bloed. Contact opnemen met kinderdiabetesteam over de te ondernemen acties.

– boven de 3 mmol/l: Er zit een forse hoeveelheid ketonen in het bloed. Direct contact opnemen met kinderdiabetesteam. Het kan nodig zijn de situatie te laten beoordelen op de Spoed Eisende Hulp.

Altijd contact opnemen met het kinderdiabetesteam wanneer:
– De ketonen blijven stijgen
– De glucose blijft stijgen ondanks bijspuiten
– Je onzeker bent over de situatie of aanpak

– Braken is altijd bellen !!!