headerimage

Diabetes en vakantie

De voorbereiding van een vakantie voor iemand met diabetes is niet veel anders van door iemand zonder diabetes. Elke vorm van vakantie is mogelijk, als je de juiste voorbereiding treft. Hieronder willen we een aantal adviezen en tips geven om goed op vakantie te gaan.

Ga de volgende zaken na:
• Geeft je ziekenkostenverzekering een volledige dekking in het buitenland?
• Sluit een goed dekkende reis- en/of ongevallenverzekering af, vraag bij je insulineplompleverancier of dit noodzakelijk is voor de insulinepomp.
• Annuleringsverzekering afsluiten.
• Doktersverklaring door uw arts laten invullen.
• Recept met insuline en glucagen.

Bij verre reizen:
Maak twee maanden voor vertrek een afspraak op het reizigersspreekuur van de GGD in verband met vaccinaties.

Meenemen in de handbagage:
• Benodigdheden pomp
• Insulinepennen + reservepen
• Dubbele hoeveelheid insuline
• Glucosemeters
• Bloedketonenmeter
• Voldoende naalden, strips, lancetten
• Glucagen
• Ketonenstrips
• Medicijnen tegen braken en diarree, zoals ORS en Imodium®
• Medicijnen tegen wagen-, zee en luchtziekte
• Voldoende dextro-energy
• Voldoende eten, noodrantsoen (extra koolhydraten)
• Doktersverklaring – douaneverklaring
• Verzekeringspolis
• Telefoonnummer van je diabetesteam thuis.

Verdeel twee diabetes setjes (glucosemeters, insuline, pennen, naaldjes, canules en dergelijke) over je bagage. Houdt het wel binnen handbereik.

Problemen die zich kunnen voordoen op reis en tijdens vakantie

Bij files of vertraging met het vliegtuig:

• voldoende extra eten meenemen
• voldoende drinken
• diabetesmaterialen bij de hand houden. Insuline op de juiste temperatuur bewaren.
• regelmatig bloedglucose controleren en eventueel anticiperen.

Braken:

• bij ziekte en last van warmte, extra glucose controleren en anticiperen zoals je gewend bent.
• Zorg dat je voldoende vocht binnenkrijgt door regelmatig kleine beetjes te drinken, lukt dit niet, eventueel zetpillen via arts vragen om het braken tegen te gaan.
• Bij langdurig braken altijd een arts waarschuwen

Diarree
• Goed drinken
• Bij aanhoudende diarree ORS drinken (zie verpakking)
• Bloedglucose meten en de insuline aanpassen
• Een “stoppend dieet” heeft geen zin en is zelfs nadelig omdat je er extra slap van kan worden, als je te weinig eet.
• Nemen van Imodium® (apotheek).

Bij braken/diarree vaak lagere glucosewaarden, bij koortsstijging glucosewaarden. Zie informatie ziek zijn.

Bewaren van insuline
De juiste temperatuur ligt tussen 2 en 8 graden Celsius.
Hoe doe je dat?
• In een koeltas, koelbox of koelkast
• In isolerend materiaal
• Ter plaatse goed verpakt in de grond
• Bij koude, bijvoorbeeld tijdens wintersport tegen het lichaam (bijvoorbeeld in binnenzak jack)
• Tijdens vliegreis in de handbagage bewaren.

Bevroren insuline is bedorven! Je ziet er niets aan, maar de insuline doet ook niets!!

Laat de insuline niet in een warme auto liggen, zoals in het handschoenenkastje of de kofferbak. Insuline is ongeveer een maand houdbaar bij een temperatuur van 25 graden Celsius. In een warm klimaat een ampul na aanprikken, na 3 weken weg doen. Dit ook doen als de ampul nog niet leeg is. Als je insuline in het buitenland nodig hebt, kijk of je de juiste concentratie hebt.

Insulinepomp
Als je geen tweede insulinepomp hebt, kun je een vakantiepomp aanvragen die je als reserve mee kunt nemen. Vraag bij je pompleverancier de voorwaarden aan. Laat de canule en slangen niet op een erg warme plaats of in de zon liggen. Het materiaal wordt namelijk zacht en verkleeft. Leg daarom altijd een reservecanule in de koelkast, zodat je er direct een kunt inbrengen wanneer dit nodig is. Bij onjuist gebruik van canule/slangen wordt de insulinetoediening niet gegarandeerd.
Als je een insulinepomp gebruikt dan willen we als advies geven om deze los te koppelen bij het stijgen en dalen van het vliegtuig. Verschil van luchtdruk kan luchtbellen veroorzaken in het systeem. Voor aansluiten van de pomp hierop controleren.

Eten op vakantie
Op vakantie eet je vaak wat meer en ook andere gerechten. Zeker als je naar het buitenland gaat, is het soms moeilijk in te schatten hoeveel gram koolhydraten in je eten zit. Controleer daarom regelmatig je bloedglucosewaarden en regel zo nodig bij. Meer informatie kun je bij de diëtist vragen.

Zomerse temperaturen
Warm weer kan betekenen dat je wat vaker een hypo krijgt. Dat is erg vervelend. Als je daar last van hebt, dan kun je het beste tijdelijk de insulinedoseringen wat verlagen.

Buitenlandse glucosewaarden
Als je in het buitenland bij een arts komt of een andere glucosemeter gebruikt, moet je er alert op zijn dat de meeteenheid in mg/dl aangegeven kan worden. In Nederland gebruiken we mmol/l. Dit kun je aanpassen in de glucosemeter of je vraagt een omrekentabel aan je diabetesverpleegkundige. Dit betekent een factor 18 verschil, een waarde van 10 mmol wordt dan 180 mg/dl

Tijdsverschillen
Als je naar het buitenland reist, kun je te maken krijgen met tijdsverschillen. Dit kan invloed hebben op de dosering van je insuline (langwerkende insuline), overleg met je diabetesverpleegkundige hoe je dit het beste aan kunt passen. Er kan een reisschema voor je gemaakt worden.